Vissen

Het woord vissen heeft voor mij drie aspecten.

Het eerste aspect van het woord vissen is dat het levende wezens zijn waar je naar kan kijken. Dat mag ik graag doen. Ik vind het mooi om te zien hoe vissen buiten in de natuur of in een vijver rondzwemmen. Vooral grote vissen zijn dan interessant. Zij zijn wat trager in hun beweging en dat maakt ze wat statiger dan kleine visjes die bij het minste of geringste alle kanten op schieten. Tropische vissen in een aquarium vind ik ook erg mooi. Toen ik klein was, was er thuis altijd al een aquarium. Sinds enige jaren heb ik zelf ook weer een aquarium en ik zit er regelmatig even in te staren hoe de vissen erin rondzwemmen en op mij en elkaar reageren.

Het tweede aspect van vissen is de vis als eten. Dat is wat minder aan mij besteed. Ik heb het nooit erg lekker gevonden. Even los van de smaak is ook de manier van presenteren niet zo aan mij besteed. Ik ben echt niet naïef en weet echt wel wat er voorafgegaan is aan het stukje vlees of kip dat bereid op mijn bordje ligt. Toch ziet het er voor mij wat vriendelijker uit als er bijvoorbeeld een runderlapje in de vitrine bij de slager ligt dan een vis in ijsblokjes die je altijd met één oog aan zit te kijken. Ik gun iedereen z'n visje maar aan mij is dode vis niet besteed. Er is één stukje vis dat ik vroeger (en ook nu overigens) nog wel eens voorgeschoteld kreeg en opat. Dat is een visstick, maar dan wel met een lekker dik en krokant bruin korstje. Volgens mijn omgeving mag ik dat eigenlijk al geen vis meer noemen.

Het derde aspect is vissen als werkwoord. Vroeger nam mijn vader mij wel eens mee vissen met een oudoom in Friesland. Dan gingen we met een speedboot een visplekje opzoeken. Met die speedboot heen en terugvaren op de Friese wateren vond ik fantastisch maar dat eeuwigdurend lijkende dobberstaren ertussen vond ik verschrikkelijk. Niets vangen is misschien niet leuk, maar als je wel wat gevangen had dan moest die haak uit die vis gehaald worden. Dat is niets voor mij en ik kan me ook niet voorstellen dat die vis het echt geweldig vindt. De vissen werden overigens altijd weer teruggezet in het water. Ik eet zeker geen vis die ik zelf uit het water getrokken heb.

Daar wordt door anderen wel anders over gedacht. Ik herinner me een fietstochtje langs een meertje waar een paar mannen aan het vissen waren. Eén van hen hengelde een grote vis uit het water. Volgens mij was het een exemplaar van zo'n 40 cm. De vis werd op de oever gelegd en met een groot stuk hout werd in één ferme slag het leven eruit geslagen. Misschien is het beter zo dan dat die vis minutenlang op het droge ligt te spartelen, maar het beeld en geluid van die slag is mij lang bijgebleven. Het heeft jaren geduurd voordat ik weer een hapje van een visstick wilde nemen.

Wat mij wel opvalt, is dat er bijna dagelijks gevist wordt in de vijver aan de Gildegoed. Lekker vis met blauwalg. Aan mij is dat niet besteed. Ik neem nog een stuk komkommer. Het is er immers tijd voor.

Martijn Fabriek.