Burgerparticipatie

Ik kan het woord burgerparticipatie in de politiek niet meer aanhoren. Over een paar maanden zijn er weer verkiezingen. Er mag gestemd worden voor de Provinciale Staten en indirect voor de Eerste Kamer. Ongetwijfeld zullen er in al die verkiezingsprogramma's weer hele hoofdstukken gewijd zijn aan kloven tussen politiek en burger en hoe de burger bij de politiek te kunnen betrekken. Het zou natuurlijk raar zijn als ik zou beweren dat het niet goed is om de burger bij politieke besluiten over diezelfde burger te betrekken. Dat bedoel ik ook niet. Het gaat er mij om dat deze kloof vanuit politiek oogpunt heel groot geacht wordt en alsof de politiek deze vermeende kloof juist alleen vanuit hun kant zou moeten (kunnen) dichten. Het gevaar is dat deze burgerparticipatie een doel op zich wordt in plaats van een middel om vanuit de politiek de juiste beslissingen te nemen. Wat de juiste beslissing is in bepaalde situaties is al erg subjectief, verschillende burgerparticipaties kunnen verschillend denken over wat een juiste beslissing is.

Landelijk hebben we het gezien bij de (raadgevende) referenda. Over heel ingewikkelde besluiten wordt de burger gevraagd om 'Ja' of 'Nee' te zeggen zonder dat enige nuancering mogelijk is. Terecht dat deze mislukte vorm van burgerparticipatie onlangs is afgeschaft.

Verschillende plaatselijke burgerparticipaties hebben vooral belangengroeperingen, klankbordgroepen, te hoge verwachtingen en heel veel overlegavonden opgeleverd zonder dat het eindresultaat en het gevolgde proces over het algemeen warme herinneringen oproept. Misschien moeten we het eens omdraaien. Laten we er eens van uit gaan dat er helemaal geen participatiekloof is. We hebben verkiezingen waarin we volksvertegenwoordigers kiezen die besluiten voor ons nemen. Na de verkiezingen mogen we natuurlijk proberen om die volksvertegenwoordigers te beïnvloeden en contact te houden. Dat was ook jaren voor de term burgerparticipatie op kwam al de normaalste zaak van de wereld. Een gedeelte van Nederland en ook in Putten stemt al helemaal niet meer, maar zou tussen de verkiezingen door ineens wel een kloof ervaren? Onzin natuurlijk. Ook tussen de verkiezingen zijn er genoeg zeer laagdrempelige mogelijkheden om politici, zeker lokaal, te bereiken en daarmee wellicht zelfs te beïnvloeden voor burgers die dat ook willen.

Politici en politieke partijen moeten daarom oppassen om burgerparticipatie te verheffen tot een doel waarmee we alleen maar blijde, geïnteresseerde en gehoorde burgers zouden overhouden. De schijn van participatie is dat burgers de indruk krijgen dat ze mogen (mee)beslissen in die beslissingen waar we juist volksvertegenwoordigers voor hebben gekozen. Ik als blijde, geïnteresseerde en voor mijn gevoel gehoorde burger juich dan ook van harte toe dat de gemeenteraad duidelijk gevraagd heeft aan het gemeentebestuur hoe met deze burger(schijn)participatie om te gaan.

Martijn Fabriek.