• archief Puttens Historisch Genootschap
  • Boerderij aan de Arlersteeg 8

    Henk Hutten
  • Harry Koelewijn

De watersnood van 1916, een [eeuw geleden

Vorige week was het honderd jaar geleden dat de watersnood van 1916 plaatsvond. Op tal van plaatsen in ons land, ook rond de oude Zuiderzee, werd dit toen herdacht.

Want niet alleen de Noordzee maar vooral ook de toenmalige Zuiderzee moest het honderd jaar geleden ontgelden. Voor omliggende plaatsen als Nijkerk en Bunschoten-Spakenburg, waren de gevolgen groot. Maar ook aan de gemeente Putten ging het niet helemaal voorbij: Putten-West, Steenenkamer en de Putterpolder werden getroffen. Vooral als gevolg van de watersnood van 1916 wist minister ingenieur Lely in 1918 de Zuiderzeewet door het parlement te loodsen. De afsluitdijk kwam, de Zuiderzee werd IJsselmeer, ook voor Putten(-West) had dit gevolgen.

Tijs van den Brink

In de eerste weken van januari 1916 waaide er een krachtige (zuid)westelijke wind. De waterstanden in de Noord- en Zuiderzee stegen. Op 11 januari stak een noodwesterstorm op, die gevolgd werd door een stevige bries uit het zuidwesten.

In Den Helder werd achttien uur lang windkracht 8 of hoger gemeten. Bij Hoek van Holland zeven uur lang maar liefst windkracht 11. De gevolgen waren dat het water richting de Nederlandse kust gedreven werd. En in de Zuiderzee kon het geen kant op. Voor het Zuiderzeegebied werden de hoogste waterstanden gemeten rond 5.00 uur in de ochtend van 14 januari. Het water stroomde in die nacht over veel goede dijken heen en veel slechte dijken begaven het, met alle gevolgen vandien.

Op zee kwamen 32 mensen om. En nadat de Zuiderzeedijken bezweken waren op het land nog eens 19. Daarbij verdronk veel vee.

PUTTEN-WEST Verreweg het grootste gedeelte van Putten ligt zo hoog dat het van de overstroming geen last had. Maar Putten-West, dat in Steenenkamer toen grensde aan de Zuiderzee, wel. De afsluitdijk was er nog niet, de aanleg begon pas in 1927. En de A28 bij Nulde evenmin, die ging pas open in 1967. Het water van de Zuiderzee golfde dan ook zo Steenenkamer en de Putterpolder in.

Er zijn geen mensen meer in leven die zich de watersnood van 1916 kunnen herinneren. Maar velen, ook in Putten-West, herinneren zich de verhalen van hun vader of grootvader daarover. Eén ervan is Aart-Jan van Wijncoop. Hij groeide op aan de Steenenkamerseweg en hoorde de verhalen van zijn opa Aart van Wijncoop (1890 - 1981), bij de oudere generatie bekend als 'Aort van Beertje', die naast zijn ouders woonde. Aart-Jan: ,,Opa vertelde vaker dan eens over de watersnood van 1916. Hij woonde toen nog bij zijn ouders aan de Arlersteeg op nummer 8, op hoeve 'Oud Arler', gebouwd in 1876. Volgens opa liet men bij het stijgende water het paard los, dat de polder inzwom en zich daarbij ook nog verwondde aan de onder water staande afrasteringen. De touwen, waarmee de koeien aan de repel stonden werden doorgesneden en de beesten moesten zich maar zien te redden. En zelf zocht het gezin Van Wijncoop de toevlucht op de zolder. Gelukkig vielen er geen slachtoffers."

Volgens de huidige eigenaar van Arlersteeg 8, Arie van de Kamp, stond het water in 1916 in huis ruim 60 cm. hoog en, omdat het huis wat hoger staat, daarbuiten wel ongeveer een meter hoog.

Steven van Hell van 't Oeverstraat weet er ook van te vertellen: ,,Mijn opa, Johannes van Hell, woonde in 1916 op 't Oeverstraat 12, op boerderij 'Oldenhof', gebouwd in 1904. Dus tegen de Zuiderzee aan. Uit overlevering weet ik dat het water toen ongeveer tot de Kuiterweg/Vanenburgerallee gekomen is. Dat betekent wel dat vanaf de Zuiderzee tot aan Nijkerk alles onder water gestaan heeft. Op sommige plaatsen in deze omgeving stond het water tot aan de rand van de bedstede. Wel waren er grote verschillen omdat de ene boerderij veel hoger stond dan de andere. Ik heb nooit gehoord dat er veel vee verdronken is."

Voordeel was dat het water geleidelijk aan steeg, zodat ze er niet helemaal door overvallen werden.

REGIO Bij het stadhuis in Nijkerk is nog steeds te zien hoe hoog het water daar in 1916 gestaan heeft. Naast de oude hoofdingang van het stadhuis is een plaat op de muur aangebracht met de volgende tekst: 'De bovenkant van dezen steen geeft aan den waterstand bij den watervloed van 14 januari 1916'. Die bovenkant is maar liefst 82 cm. boven de grond. Vanuit Nijkerk bekeken moet dan zowel richting de Putterpolder als richting Bunschoten en de Nijkerkerpolder alles totaal onder water gestaan hebben.

,,Boven het gegier van de storm klonk het hartverscheurende geloei van het vee", aldus een verslag van een mevrouw Bast uit Nijkerk, ,,al het vee, op een enkel paard na, kwam om."

Koningin Wilhelmina bezocht op 24 januari 1916 het zwaar getroffen Nijkerk. Hoewel er ook in Bunschoten en Spakenburg in 1916 geen mensen omkwamen was verder de ramp niet te overzien. Vooral in Spakenburg was het raak. Daken van huizen en schuren, kippenhokken, van alles kwam voorbij drijven. Boeren raakten veel of al hun koeien en varkens kwijt.

Voor Aaltje Vedder- de Graaf uit Spakenburg, die op het punt stond om te bevallen, was de watersnood helemaal verschrikkelijk. De vroedvrouw werd met een roeiboot naar de woning vervoerd. Boven op zolder beviel zij van een dochter die de naam Aartje kreeg.

Toen koningin Wilhelmina vier dagen later Spakenburg bezocht, en het verhaal hoorde onder welke omstandigheden Aartje geboren was, bood ze spontaan aan om de peettante van Aartje te worden. De naam van Aartje werd later op verzoek van koningin Wilhelmina in de kantlijn van de burgerlijke stand veranderd in: Wilhelmina Aartje. De vorstin hield jaarlijks contact met haar. In Spakenburg noemde men haar later altijd: Aartje Koninginnetje.

De ramp had ook voor de visserij van Bunschoten-Spakenburg gevolgen. Want mede als gevolg van de ramp van 1916 kwam de aanleg van de Afsluitdijk in een stroomversnelling. De Afsluitdijk luidde het einde in van de Zuiderzeevisserij. Met als gevolg dat er van de vloot van 170 Bunschoter vissersschepen weinig overbleef.

AFSLUITDIJK Met een overstroming van de omvang van 1916 was niet echt rekening gehouden. Over het algemeen waren de dijken veel te laag en slecht onderhouden. Al eeuwen was nagedacht over het indammen van de Zuiderzee maar de geesten waren er langheen niet rijp voor. Aan ingenieur Cornelis Lely (1854 - 1929), die wel drie keer minister van Waterstaat was, lag het niet. Al in 1891 had hij geopperd een dijk aan te leggen en de binnenzee grotendeels in te polderen. Men vond het te duur en het stuitte op grote weerstand bij de vissersdorpen. In 1901 zette de regering daarom een streep door het plan.

Na de watersnood van 1916 en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) keek men er anders tegenaan. Men moest zich wapenen tegen water en men was verlegen om grond. In 1918 wist Lely de Zuiderzeewet door het parlement te loodsen: de Zuiderzee zou worden afgesloten en vervolgens (gedeeltelijk) ingepolderd. Lelystad is naar hem genoemd en zowel bij de afsluitdijk als in Lelystad staat een standbeeld van hem.

In 1927 is begonnen met de bouw van de afsluitdijk. Op 20 september 1932 werd de Zuiderzee officieel geschiedenis, het binnenste deel heette voortaan IJsselmeer, het buitenste deel Waddenzee. Al of niet met weemoed zong men in de zestiger jaren van de vorige eeuw: 'Eens ging de zee hier tekeer, maar die tijd komt niet weer. 't Water ligt nu achter de dijk. Waar eens de golven, het land bedolven, golft nu een halmenzee, de oogst is rijp.'

Naar een watersnood als in 1916 verlangt niemand. En Strand Nulde is nu een mooi recreatiegebied met nog steeds veel water. Maar in Putten in het algemeen, en in Putten-West in het bijzonder, denkt de oudere generatie nog wel met weemoed terug aan de tijd dat de A28 er nog niet lag en de Zuiderzee met zijn eb en vloed, met zijn zout water, met zijn scheepvaart, met zijn los- en laadplaats aan Het Oever, met zijn weids uitzicht over het water, nog echt helemaal bij Putten hoorde. Putten aan de Zuiderzee.

foto De Zuiderzee bij 'Het Oever' in Putten anno 1931.

foto De boerderij aan de Arlersteeg 8, 'Oud Arler' waar in 1916 het water in huis 60 cm hoog stond (buiten 1 meter).

foto Bij het stadhuis in Nijkerk is nog steeds te zien hoe hoog het water daar in 1916 gestaan heeft.