• Wijnand Kooijmans

Dwangsom voor illegale vleesopslag

PUTTEN De eigenaar van een vleesverwerkingsbedrijf aan de Voorthuizerstraat in Putten moet de ingevorderde dwangsommen betalen. Zijn bezwaar hiertegen is door het Puttense college van burgemeester en wethouders ongegrond verklaard. Daarmee wordt het advies van de commissie bezwaarschriften overgenomen.

Wijnand Kooijmans

Naar aanleiding van drie verzoeken om handhavend op te treden, heeft de gemeente Putten meerdere controles uitgevoerd in een pand aan de Voorthuizerstraat, waarin voorheen een aquariumzaak was gevestigd. Het pand werd door de eigenaar van het naastgelegen bedrijf gebruikt voor de opslag van vleesproducten en aanverwante producten als rijst, olie en meel. De afnemers zijn slagers en restauranthouders.

ILLEGAAL GEBRUIK De opslag was in strijd met het bestemmingsplan en dat was voor het college reden de eigenaar een dwangsom op te leggen om hem zo te dwingen het illegale gebruik te stoppen. Legalisatie was op grond van het bestemmingsplan niet mogelijk. Na afloop van de periode die aan de dwangsom was verbonden bleek dat de opslag nog steeds plaatsvond. Het college besloot daarop de dwangsommen in te vorderen. Het gaat om een totaal bedrag van twintigduizend euro.

RECHTMATIG De onafhankelijke commissie bezwaarschriften vindt dat het college correct heeft gehandeld en daarmee zowel het opleggen van de dwangsommen als de invordering rechtmatig zijn verlopen. De eigenaar van het perceel heeft aangegeven dat hij van mening is dat de opslag op grond van het bestemmingsplan wel is toegestaan. Volgens de commissie geldt dit alleen ten aanzien van horeca. Ook vindt de commissie dat er op het moment van het opleggen van de dwangsommen geen concreet zicht op legalisatie was.

LANDWINKEL Inmiddels heeft de eigenaar wel toestemming gekregen om voor een periode van maximaal tien jaar een landwinkel met opslagruimte op het gewraakte perceel te vestigen.

VLEESOPSLAG In de landwinkel kunnen particulieren vlees-, visproducten en specerijen kopen. Vleesopslag ten behoeve van de naast gelegen groothandel is uitsluitend toegestaan voor zover daadwerkelijke sprake is van een landwinkel. Er wordt nadrukkelijk op gewezen dat met het verlenen van de vergunning geen legalisatie van eerdere activiteiten plaats vindt. Aangegeven wordt dat het om een nieuwe situatie gaat.