• De onthulling van het monument Sarah. Met op de voorgrond de burgemeester en de initiatiefnemer Michiel Kooij.

    Maranke Pater
  • Maranke Pater
  • Maranke Pater

Onthulling monument Vanenburg

PUTTEN De Vanenburg is een 'vergeten plek' als het gaat om de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen vrijdag werd er een monument onthuld dat herinnert aan het Joodse Werkkamp dat hier van april 1942 tot oktober 1942 is geweest.

Maranke Pater

 

Wie in het buitenland of elders in Nederland  over Putten spreekt, krijgt al vrij snel de associatie met de razzia van 2 oktober 1944, toen er 659 mannen werden weggevoerd uit het dorp om in kampen als het Duitse Ladelund tewerkgesteld te worden. Slechts weinig mannen keerden terug. In Putten had ook  de Joodse bevolking het zwaar. Aan de randen van het dorp werden verbodsbepalingen geplaatst en de Joden kregen een steeds beperktere bewegingsvrijheid. In totaal 125 Joden moesten zich melden in het werkkamp van de Vanenburg, dat begin 1942 werd opgericht. De Oranjerie van de Vanenburg werd ingericht als kokswoning, waar de kok en tevens de kampmeester introk. Er werden twee gebouwen achter de Vanenburg gebouwd, die ingericht werden als eetgelegenheid en toiletgebouw.

HANDENARBEID De werkzaamheden van de Joden waren het meehelpen aan het afgraven van zand van de Zuiderzee en de egalisering van de weilanden eromheen. Lambooij: ,, Het was zware handenarbeid. Ze moesten van 05.00 uur tot 18.00 uur werken en mochten geen bezoek ontvangen." Op 2 oktober 1942, twee jaar voor  de razzia in Putten, werden de Joden via landsweggetjes weggevoerd uit het kamp naar het station en op transport gezet naar  Westerbork. Kooij: ,,Drie dagen voordat het kamp leeggeruimd werd, probeerde een gevangene te ontsnappen. Klinkenberg, de NSB-burgemeester  van Putten, verkocht hem voor 7,50 aan Jodenjagers." Bijna alle Joodse krijgsgevangenen werden weggevoerd naar vernietigingskampen als Sobibor en Auschwitch. David Brandon ontsnapte in Westerbork door onder het prikkeldraad door te duiken. Hij vluchtte naar Canada en dankzij de brieven die hij schreef aan zijn familie, is er nu een herinnering ontstaan aan het werkkamp.

Initiatiefnemer van het monument is de Puttenaar Michel Kooij, die zelf niet Joods is, maar wel een sterke verbondenheid voelt met het Jodendom. ,,Mijn grootvader had die band ook al, en hij heeft in de oorlog veel Joden geholpen. Toen ik tien jaar geleden voor het eerst hoorde over de Vanenburg en haar geschiedenis als werkkamp, nam ik dit eerst voor kennisgeving aan. Later organiseerde ik de Putten-Ladelund loop en besefte dat het niet zo kon zijn dat het werkkamp zo in de vergetelheid zou afvloeien." Voor Kooij reden om een monument te plaatsen bij de Vanenburg. Hij zocht contact met Puttenaar Gerrit van Emous om het monument te laten maken. ,,Het monument ontspruit uit wortels, die symbool staan voor het leven en de Puttense aarde waar de Joden in gezwoegd hebben. Daarna vloeien ze langzaam over in prikkeldraad, dat voor de concentratiekampen en de dood symbool staat om te eindigen in groene bladeren, die het leven symboliseren dat toch zijn weg weer vindt. Het bovenste blad groeit naar de hemel, terwijl het schuine blad in de richting van het station wijst waarvandaan de gevangenen werden weggevoerd. Het blad wijst eveneens in de richting van Jeruzalem."

MOEDER Het monument heeft de naam 'Sarah' gekregen, als moeder van de Joden. Kooij: ,,Herman van Veen schreef ooit een wiegenliedje: 'Geef de oorlogskinderen een naam zodat ze dichter bij je zijn'. Dat inspireerde mij het monument een naam te geven. Met dit monument zullen we aan ze blijven denken." 

Het monument werd onthuld in de aanwezigheid van Opperrabbijn Binyomin Jacobs. Jacobs gaf een indrukwekkende speech. Jacobs: ,,Ik durf de boude uitspraak te doen dat mensen niet leren van hun geschiedenis. In de oorlog waren weinig mensen echt fout, maar ook weinig mensen echt goed. Sommige mensen lieten dit gebeuren. De één gaf iemand aan voor kopgeld, de ander deed niks, of keek weg." Jacobs wees op het groeiende antisemitisme en racisme. ,,ISIS is een kleine groep waar weerstand tegen is. De pijnlijke vraag is: wat gaat de grote meute doen? Wat doen we als onze kinderen racistische of antisemitische taal uitslaan?" Vervolgens sprak de rabbijn een kort gebed uit, waarna hij het kaddiesj uitsprak. Hierna konden alle aanwezigen een steen rondom het monument leggen, een Joods gebruik bij een begrafenis.