• Archief BDUmedia

Raad van State: nertsenstal mag er komen

PUTTEN De vergunning voor het bouwen van een nertsenfarm in Putten blijft overeind. De eerdere beslissing van de rechtbank is nu bekrachtigd door de Raad van State. Daarmee komt er een eind aan deze kwestie die speelt sinds 22 oktober 2014.

 

Wijnand Kooijmans

 

Op deze datum werd de vergunning afgegeven voor de bouw van de nertsenstal door het Puttense college van burgemeester en wethouders. Tegen dat besluit werd beroep aangetekend. In oktober 2017 werd het beroep weliswaar gegrond verklaard door de rechter. Dit omdat de gemeente in de fout was gegaan met de motivering rond mogelijke geluidsoverlast. Gelijktijdig oordeelde de rechter dat de vergunning voor de bouw wel in stand kon blijven.

 

ONJUIST De indieners van het bezwaarschrift stapten hierop naar de Raad van State omdat zij de motivering van de rechtbank onjuist vinden. Onder meer heeft, in hun ogen, de rechter ten onrechte geoordeeld dat de aanvrager van de vergunning gebruik kon maken van bestaande rechten. Vooral omdat voorheen hij een kleinschalig agrarisch bedrijf had met mestvarkens, legkippen en melkrundvee waar nu hem een vergunning is verleend voor een grootschalige nertsenfarm.

 

Ook voeren de bezwaarden aan dat de rechtbank voorbij is gegaan aan het feit dat het geluidrapport van de gemeente Putten op onrealistische uitgangspunten is gebaseerd. Volgens hen zijn vooral de bestaande rechten voor het gebruik van een tractor overdag flink overschat in het rapport.

 

OORDEEL De Raad van State oordeelt dat bestaande rechten overeind blijven, ook indien de bedrijfsvoering wijzigt. Daarmee heeft, zo is het hoogste Nederlandse rechtscollege van mening, dat het Puttense college terecht de eerder vergunde situatie heeft meegewogen bij het afgeven van de vergunning.

 

Meegegaan wordt in de mening van het Puttense college dat door de gewijzigde bedrijfsvoering de omgeving van de nertsenfarm, zeker in de avond- en nachtperiode de geluidsoverlast aanzienlijk minder wordt. De Raad van State oordeelt dat de bedrijfstijden van de tractor overdag geen afbreuk doen aan dat standpunt. Dat maakt dat het bezwaar ongegrond wordt verklaard.